Zojuist bracht ik mijn kinderen naar hun dagbesteding, waardoor ik eindelijk ook weer wat kans heb op de mijne, en op locatie waren enkele vuilnismannen bezig grote vuilnisbakken omhoog te takelen en te legen in de kiepbak op hun groot geschapen vrachtwagen.
Hun werkbroeken hingen strak vastgesnoerd ergens halverwege hun montere billen, waardoor ze met recht en trots het bouwvakkersdecolleté konden tonen dat zich daardoor tentoonstelde. Wat haartjes hier en daar, een wat duister aandoende naad in het midden van het alles en de twee halve samengeknelde billetjes die boven de broek uitkwamen, waren aandoenlijk om te zien.
Ik parkeerde mijn fiets en voelde meteen twee paar ogen mijn kant uit priemen. Ik gespte de kinderen los, tilde ze uit hun zitjes, fatsoeneerde mijn verwaaide haar en trok mijn onderbroek tussen mijn reet uit. Dit alles deed ik verstopt achter mijn omvangrijke mamafiets, want de blikken van de vuilnismannen lieten de mijne niet meer los terwijl zij aan knopjes en hendeltjes trokken om hun vrachtwagen zijn werk te laten doen.
Voelde ik me wat bekeken? Jazeker. Voelde ik me daar een beetje ongemakkelijk bij? Jazeker. Maar ging ik er lichtjes door egotrippen? Ook jazeker tot de macht tien. Ontzettend zelfbewust paradeer ik dan als een dartel hertje langs de mannen af, terwijl zij me van boven naar beneden grondig doorlichten en hun oordeel met een goedkeurende en wat verlekkerde glimlach aan me tonen. Ze begroeten me vriendelijk en ik groet terug. Op het moment dat ik de schoolpoort door loop kijk ik achterom en zie ik ze naar elkaar grinniken en knikken ten teken dat ze mijn achterste kunnen controleren.
Ik huppel als een overmoedige twintigjarige over het schoolplein, terwijl ik pardoes de kinderen zou vergeten en tevens hoe oud ik daadwerkelijk ben en dat ik in mijn broek zeik als ik trampoline spring, omdat ik er ooit twee kinderen uit heb moeten bombarderen.
Het doet me goed. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik wat teleurgesteld zou zijn geweest als bovenstaande niet zoals omschreven gebeurd zou zijn.
Dat is tegenwoordig wellicht een wat onpopulaire mening, en ik heb de porties ruimschoots ontvangen wanneer het wel enkele grenzen overging, maar deze taferelen brengen me toch degelijk een goedgehumeurde opzwieper waar ik zeker weer een uurtje of twee op kan teren.
Ik verwacht er de volgende keer echter wel weer een mooi begeleidend “fiet fieuwend” fluitje bij.
