Eerst had ik siliconen en nu ben ik bijna plat.
Ik schreef en ik schreef en ik fantaseerde over de kracht die het zou blootleggen wanneer ik de nieuwe situatie met onverschrokkenheid zou aanvaarden. Ik beeldde mij in wat een deugd het zou betonen wanneer ik het vernieuwde, of eigenlijk terug naar oorspronkelijke, lichaam dat mij op die manier toebedeeld werd, zou omhelzen vol met de compassie die het verdient.
Ik ervoer angst over het uitsnijden van de siliconen borstprotheses, maar stond anderszins ook te popelen de nieuwe uitdaging van omarming aan te gaan. Het zou een soort verhevenheid inhouden over die aardse zonde van verlangen naar iets dat je simpelweg niet kan bezitten. Ik zou de nieuwe staat van mijn lijf hoogmoedig erkennen, wanneer de nepborsten verdwenen waren. Dat kon en dat moest lukken. Voor minstens nog een halve eeuw lang waarschijnlijk.
De vorderende tijd daarentegen leerde me dat ik menselijker ben dan dat ik hoopte en dat ik mijzelf niet terstond kan herprogrammeren wanneer het mij zo blieft.
Er zijn immers dagen – de vaak doorleefde dagen – dat ik walg en gruwel van het resultaat. Ik vind ze te klein, te gehavend, de pijnlijke littekens te wrede herinneringen oproepen van wat ooit was, maar weer is weggesneden.
Op zulk soort dagen vliegen de voluptueuze borsten me op straat plots om de oren. Het krioelt dan onverhoeds van de vrouwmensen om me heen en waar ik ook ga of sta word ik geconfronteerd met de volle en bolle decolletés van andere vrouwen. Die hupsen en stuiteren en bonken zwaar tevreden over hun eigen omvang in mijn gezichtsveld. Zij pronken en sieren en paraderen in volle pracht in de bustehouders van hun draagsters.
Ze kijken me aan, kijken me na. Ik kijk hen aan, kijk hen na. Kijk of mijn partner ziet wat ik zie en mist wat ik mis. En ik verstop angstvallig wat er zit en tegelijk wat er niet zit, onder grote en ruimvallende truien. Op die manier mag iedereen zelf invullen wat zich eronder bevindt. De fantasie maakt toch altijd alles mooier.
Maar dan zijn er abrupt de dagen dat ik me beter kan verzoenen met dat wat er nog is blijven hangen na de ingrepen die ik mijn boezem heb aangedaan. Ik voel dan wat meer kalmte en kom niet steevast als slechtste uit de bus bij mijn vergelijkingen.
Het hupst en het stuitert en bonkt dan wel niet onstuimig. Maar het wiebelt en deint zo af en toe wat. Het pronkt en het siert en paradeert dan wel niet zoals bij hen. Maar het praalt en flaneert, met mijn hele mij erbij.
Ik kom dan bijna op dat puntje, dat puntje van compassie. Dat moment van omarming. Ik relativeer me suf, zweep mezelf kunstmatig op met bemoedigende woorden van toejuiching en herhaal ze krampachtig als een misselijkmakend mantra.
Dan kijk ik in de spiegel, bekijk en voel de mijne zacht en met een zucht die me ontsnapt valt ook de zelf kleinerende last van mijn schouders. Daar is die langverwachte acceptatie.
Tot de volgende dag dan. Dan begint alles weer opnieuw.

Lieve Robin,
Je bent mooi zoals je bent je eigen ik.
Je bent een heel mooie vrouw Robin.
Hou van jezelf zodat je ook heel veel liefde kan geven .
Liefs😍
Wat lief, dankjewel! 🙂